Snijmais en droogte: Percelen bij Wageningen en in de Achterhoek vergeleken aan de hand van satellietbeelden.

Droge zomers, lage opbrengsten?

Klimaatverandering of niet, de zomers van 2018 en 2019 waren uitzonderlijk droog en warm. De impact van dat droge weer op de Nederlandse landbouwproductie is duidelijk terug te zien in de statistieken van het CBS. Hectareopbrengsten van consumptieaardappelen, zaaiuien en suikerbieten vielen in 2018 respectievelijk 24, 43 en 13 procent lager uit dan in 2017, terwijl de opbrengst van snijmais zo’n 20 procent lager lag.

 

Afbeelding 1. Snijmais aan de Haarweg bij Wageningen, gefotografeerd op 17 augustus 2019 (foto Sander de Vries). Het gewas laat het zgn. ‘leaf rolling’ zien, een fysiologisch beschermingsmechanisme om excessief vochtverlies te voorkomen.

Was 2019 nu beter of slechter dan 2018?

In 2019 leek de situatie vóór de zomervakantie in de omgeving van Wageningen een stuk minder ernstig dan in 2018. Die indruk was vooral gebaseerd op eigen observaties van de groei van snijmais op de rivierklei in het Binnenveld. Deze mais stond er in vergelijking met het jaar daarvoor een stuk florissanter bij. Het kwam aanvankelijk dan ook enigszins als een verrassing dat de media de afgelopen zomer juist méér aandacht aan de droogte besteedden dan in 2018. Vooral op de hoge zandgronden in de Achterhoek was de situatie volgens de berichtgeving slechter dan het voorgaande jaar, wat onderstreept werd door het bezoek van minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat aan de regio.

Afbeelding 2. Maisveld nabij het dorpje Vragender in de Achterhoek, gefotografeerd op 31 augustus 2019 (foto Sander de Vries). Veel blad is verdroogd en er is niet of nauwelijks sprake van maiskolven.

Later die zomer zag ik het nieuws tijdens een kort verblijf in de Achterhoek met eigen ogen bevestigd (Afbeelding  2). De snijmais stond er inderdaad dramatisch voor… Maar hoe zou het nu te verklaren zijn dat de opbrengsten op de klei rondom Wageningen in 2019 béter leken dan in 2018, terwijl ze in de Achterhoek juist sléchter waren? Er zijn grofweg twee verklaringen. Óf de regenval in de Achterhoek was in 2019 nog lager dan in 2018 – terwijl dat in Wageningen niet zo was – óf de voorraad grondwater was er kleiner.

Grondwater

De Rijksoverheid noemde inderdaad al op 5 april 2019, bij aanvang van het seizoen, het sterk gedaalde grondwaterpeil op de hoge zandgronden in het oosten en zuiden van Nederland een knelpunt. Ook nu, in februari 2020, waarschuwen de waterschappen De Dommel en Rijn en IJssel weer dat de grondwaterstanden, ondanks uitbundige regenval de afgelopen tijd, nog steeds erg laag zijn. De oorzaak daarvan ligt deels in het feit dat de hoge gronden in Nederland geen water kunnen aanvoeren vanaf de rivieren.

Het neerslagtekort in beeld

Hoe het zat met de neerslag? Een goede maat voor droogte is het neerslagtekort, het verschil tussen verdamping en neerslag. Het doorlopend potentieel neerslagtekort voor de KNMI-weerstations in Hupsel (in de Achterhoek) en De Bilt (als benadering voor Wageningen) in 2018 en 2019 is weergegeven in Afbeelding 3.

Afbeelding 3. Het doorlopend potentieel neerslagtekort in 2018 en 2019, berekend aan de hand van gegevens afkomstig van de KNMI-weerstations De Bilt en Hupsel. De Bilt is gebruikt als benadering voor het weer bij Wageningen, dat tot enkele jaren geleden nog zijn eigen weerstation had (aan de Haarweg).

Het valt op dat de situatie in 2019 (doorgetrokken gele lijn) in De Bilt en omstreken lang niet zo nijpend was als in 2018 (gestreepte gele lijn). In Hupsel daarentegen liep het tekort voor het tweede achtereenvolgende jaar zeer hoog op (vergelijk de rode doorgetrokken lijn met rode gestreepte lijn). Aangezien de neerslagtekorten in Hupsel in beide jaren van dezelfde orde waren, kunnen de grotere problemen van het afgelopen seizoen verklaard worden doordat het grondwater in 2018 te ver uitgeput is geraakt, en dat het vervolgens onvoldoende heeft geregend om het weer aan te vullen.

Gewasgroei aan de hand van satellietbeelden – een ‘time lapse’ filmpje

Onderstaand filmpje laat de gewasgroei op de percelen op bovenstaande Foto’s 1 en 2 (resp. Wageningen en de Achterhoek) zien aan de hand van satellietbeelden. De bewerkte satellietbeelden zijn geleverd door Field from Space®. Ze laten de WDVI zien, een indicator voor het groene bladoppervlak en daarmee de biomassaopbrengst. In onderstaand filmpje staat een groenere kleur voor een hogere WDVI.

(open filmpje in nieuw tabblad)

Duidelijk te zien is dat mais op de zandgrond bij het dorpje Vragender in de Achterhoek zich aanvankelijk sneller ontwikkelt dan op de kleigrond bij Wageningen, vooral in 2018. Niet verrassend, want zwaardere (klei-)gronden warmen in het voorjaar langzamer op, waardoor de gewassen daarop zich over het algemeen later ontwikkelen. Zwaardere gronden houden ook meer vocht vast; het belang hiervan voor het veld bij Vragender wordt duidelijk na een blik op de bodemkaart. De bodem onder de zuidelijke punt van het veld, die duidelijk het best produceert, heeft een hoger leemgehalte (Afbeelding 4). Dat het gewas bij Vragender zich in 2018 sneller ontwikkelde dan in 2019 is waarschijnlijk terug te voeren op het toen nog gunstige grondwaterpeil, want de neerslagtekorten in beide jaren verschilden tot half juli nog niet veel (Afbeelding 3).

Afbeelding 4. Onder de zuidelijke punt van het maisveld bij Vragender, waar de productie het hoogst is, bevindt zich volgens de BOdemFysische EenhedenKaart (BOFEK) een bodemtype dat meer leem bevat (eenheid 315: sterk lemig zand, eenheid 304: zwak lemig zand, eenheid 320: grof zand).

Op 17 juli, als het gewas bij Wageningen pas goed op gang komt, begint het bij Vragender al minder groen te worden. Het gevolg van het oplopende neerslagtekort? Uiteindelijk veert het weer iets op vanaf 21 augustus 2019, waarschijnlijk door regen in de week ervoor (Afbeelding 3). Die zette niet heel veel zoden aan de dijk, afgaand op Afbeelding 2, die gemaakt is op 31 augustus. Voor diezelfde datum (31 augustus 2019) is er trouwens ook een satellietbeeld in het filmpje verwerkt: een mooie illustratie van het feit dat een rode kleur in het filmpje niet betekent dat er helemáál geen gewas staat, maar alleen dat de WDVI kleiner is dan 0.23 – een indicatie voor een relatief kleine hoeveelheid levend blad/biomassa.

Tenslotte valt, zoals al eerder opgemerkt, op dat de mais bij Wageningen het afgelopen jaar een heel stuk beter groeide dan in 2018. In 2018 sloeg de droogte al in juni toe (Afbeelding 5), waardoor het gewas een groeiachterstand opliep waarvan het niet meer kon herstellen. Het afgelopen jaar bleef het in juni wel regenen in het midden van het land (Afbeelding 3). Verder wordt het grondwater hier beter aangevuld, vanuit de nabije Neder-Rijn. Wellicht hebben de maatregelen van de waterschappen om zoveel mogelijk oppervlaktewater vast te houden ook een gunstig effect gehad.

Afbeelding 5. Mais aan de Haarweg, in het Binnenveld ten westen van Wageningen, gefotografeerd rond 29 juni 2018 (foto: Sander de Vries). Op de achtergrond de Grebbeberg bij Rhenen.

2020?

Een vraag die velen bezighoudt is hoe het seizoen van 2020 eruit zal gaan zien. Tot nu toe hebben we een zeer natte januari en februari achter de rug. In Hupsel waren deze maanden tijdens het afgelopen decennium alleen in 2016 nóg natter. Toch waarschuwen de waterschappen, zoals eerder genoemd, dat de grondwaterstanden nog steeds erg laag zijn. In het onverhoopte geval van een droge zomer zouden er dan weinig waterreserves zijn om op terug te vallen op de hoger gelegen zandgronden.

Sander de Vries, 4 maart 2020